Klemmen
De volgende correcties kunnen projectoverkoepelend voor klemmen worden uitgevoerd:
|
Correctie |
Betekenis |
|---|---|
|
Aantal doelen bij ongeldige klemmen verwisselen |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden klemmen gecorrigeerd waarvan de aansluitingen een verschillend aantal doelen hebben en waarbij het werkelijke aantal doelen niet overeenstemt met het aantal dat in de aansluitlogica is gedefinieerd. Daarbij wordt in de aansluitlogica van de klem de instelling "Aantal doelen" van aansluiting 1 en aansluiting 2 verwisseld, indien het werkelijke aantal doelen van aansluiting 1 overeenstemt met de instelling "Aantal doelen" van aansluiting 2 en omgekeerd. |
|
Ontbrekende klemmenstrookdefinities toevoegen |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden er voor niet-voorgedefinieerde klemmenstroken niet-geplaatste klemmenstrookdefinities gegenereerd. Niet-voorgedefinieerde klemmenstroken ontstaan bijvoorbeeld als u bij het invoegen van klemmen een ODC opgeeft die nog niet als klemmenstrookdefinitie bestaat of als u een klemmenstrookdefinitie verwijdert waarbij nog klemmen aanwezig zijn. |
|
Dezelfde codes toestaan |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden identieke klemmencodes die meer dan één keer binnen een klemmenstrook voorkomen niet als fout gemeld. Bij de betreffende functies wordt de eigenschap Meervoudige invoer toegestaan ingesteld. |
|
Handmatige vaste bruggen corrigeren |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden de instellingen gecorrigeerd voor handmatige vaste bruggen die met vorige EPLAN-versies (versie 2.4 of ouder) zijn ontworpen. Dergelijke vaste bruggen kunnen bijvoorbeeld bij het invoegen van een macro in het project worden opgeslagen. Vanaf versie 2.5 worden de instellingen voor een handmatige vaste brug alleen opgeslagen bij de klem die het begin van de brug aangeeft. |
Stekers
De volgende correctie kan projectoverkoepelend voor stekers worden uitgevoerd:
|
Correctie |
Betekenis |
|---|---|
|
Ontbrekende stekerdefinities toevoegen |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, worden er voor niet-voorgedefinieerde stekers niet-geplaatste stekerdefinities gegenereerd. Daarbij worden stekerdefinities gegenereerd die zijn afgestemd op de stekercontacten die de steker bevat (dus pennen, bussen of pen-buscombinaties). Eventueel worden er dan twee stekerdefinities per ODC gegenereerd. Niet-voorgedefinieerde stekers ontstaan bijvoorbeeld als u bij het invoegen van stekercontacten een ODC opgeeft die nog niet als stekerdefinitie bestaat of als u een stekerdefinitie verwijdert waarbij nog contacten aanwezig zijn. |
Verbindingen
De volgende correctie kan projectoverkoepelend voor verbindingen worden uitgevoerd:
|
Correctie |
Betekenis |
|---|---|
|
Verbindingssymbolen buiten een gedefinieerd net corrigeren ("Doel bepalen" activeren) |
Wanneer dit selectievakje is ingeschakeld, wordt bij alle verbindingssymbolen (T-stukken, kruising, bruggen) die niet meer in een gedefinieerd net liggen, het selectievakje Doelen bepalen weer ingeschakeld. Dat is bijvoorbeeld van belang bij het definiëren van netten voor netgebaseerde verbindingen, wanneer netdefinitiepunten handmatig zijn verwijderd en vervolgens vergeten is om de bijbehorende verbindingssymbolen aan te passen.
Om alle netdefinitiepunten uit een project te verwijderen, kunt u gebruik maken van de comprimeringsfunctie. Schakel daartoe in het dialoogvenster Instellingen: Compressie in het hiërarchieniveau Netdefinitiepunten het selectievakje Alle netdefinitiepunten verwijderen en verbindingssymbolen corrigeren in. Daarbij worden alle bijbehorende verbindingssymbolen automatisch aangepast (het selectievakje Doelen bepalen wordt ingeschakeld). |
PLC
De volgende correcties kunnen projectoverkoepelend voor PLC-aansluitingen worden uitgevoerd:
|
Correctie |
Betekenis |
|---|---|
|
Aansluitcodes terugschrijven |
Wanneer dit selectievakje is ingeschakeld, worden voor alle in het project voorkomende PLC-besturingen de aansluitcodes van de PLC-aansluitingen op overzichtspagina's overgedragen aan de bijbehorende PLC-aansluitingen op schemapagina's. Voorwaarde hiervoor is dat de bijbehorende PLC-aansluitingen op klemmen of stekercontacten zijn aangesloten. De bijbehorende PLC-aansluitingen worden aan de hand van het PLC-adres gevonden. |
|
Aansluitcodes terugschrijven en aan de aangesloten stekercontacten / klemmen overdragen |
Deze correctie is alleen zinvol wanneer de PLC-aansluitingen en de stekercontacten / klemmen grafisch apart zijn uitgevoerd. De stekercontacten en klemmen moeten zich binnen de PLC-kast bevinden en dezelfde ODC als de bijbehorende PLC-aansluiting hebben. Wanneer dit selectievakje is ingeschakeld, worden voor alle in het project voorkomende PLC-besturingen de aansluitcodes van de PLC-aansluitingen op overzichtspagina's overgedragen aan de bijbehorende PLC-aansluitingen op schemapagina's. Daarnaast worden de aansluitcodes overgedragen aan de stekercontacten en klemmen in het schema die direct met de PLC-aansluitingen zijn verbonden. Daarbij wordt de stekercode van de PLC-aansluiting overgedragen aan de weergegeven ODC van het aangesloten stekercontact / de aangesloten klem en wordt de aansluitcode van de PLC-aansluiting overgedragen aan de stekercontactcode / klemmencode. |
|
Gegevenstypen instellen |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt voor alle in het project voorkomende PLC-aansluitingen aan de hand van het kenmerk automatisch het gegevenstype ingesteld, voor zover het betreffende veld leeg is. De waarden die aanwezig zijn, worden niet overschreven. |
|
Businterfacenamen synchroniseren |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt de businterfacenaam overgedragen aan alle weergavetypen van dezelfde busaansluiting. Dat wil zeggen dat voor de busaansluitingen de waarde van de eigenschap Businterface: Naam die bij een weergavetype is ingevoerd, wordt overgedragen aan alle overige weergavetypen. Als er bij verschillende weergavetypen verschillende businterfacenamen voorkomen, blijven de waarden ongewijzigd en wordt de businterfacenaam niet aan de andere weergavetypen overgedragen. |
|
Namen van de fysieke netten synchroniseren |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt voor de busaansluitingen de waarde van de eigenschap Fysiek net: Naam van de busmaster van het logische net aan de andere busaansluitingen (slaves) binnen hetzelfde logische net overgedragen. Eventueel aanwezige invoeren voor de naam van het fysieke net bij de busaansluitingen worden daarbij door de waarde van de bijbehorende busmaster overschreven. De bijbehorende busslaves worden via de eigenschappen Logisch net: Naam en Configuratieproject gevonden en beide waarden moeten voor de busmaster en de busslave overeenstemmen.
Voor de foutloze export van netwerkstructuren moeten alle busaansluitingen van een fysiek net enkellijnig of meerlijnig worden weergegeven en met elkaar verbonden zijn. Via de controleprocedures 004103 en 004104 kunt u controleren of de busmasters en de busslaves dezelfde waarde van de eigenschap Fysiek net: Naam hebben en of alle busaansluitingen van een fysiek net met elkaar verbonden zijn. |
|
Overbodig configuratieproject bij busaansluitingen verwijderen |
Als dit selectievakje is ingeschakeld, wordt het bij busaansluitingen ingevoerde configuratieproject verwijderd wanneer dit overeenkomt met het configuratieproject van de bijbehorende PLC-kast. Het configuratieproject van de busaansluiting wordt dan door de bijbehorende PLC-kast bepaald en bij wijzigingen automatisch geactualiseerd. |
Zie ook
Tip:
Opmerking: