Slangpakketten, buisleidingen of slangleidingen kunnen als onderdeel in het schema worden ingevoegd.
Voorwaarden:
- U hebt een project geopend.
- U hebt een Fluid-schemapagina geopend waarop zich parallel lopende Fluid-verbindingen bevinden.
Slangpakket invoegen
Een slangpakket wordt als kabeldefinitie in het schema ingevoegd.
- Kies de volgende opdrachten: Tabblad Invoegen > opdrachtengroep Kabels / verbindingen > Kabel.
Het symbool voor de kabeldefinitie 'hangt' aan de cursor. - Trek de lijn over de Fluid-verbindingen die in het slangpakket moeten worden opgenomen. Klik op de linkermuisknop om het startpunt en het eindpunt van de lijn vast te leggen.
Bij elk snijpunt van de getekende lijn met de autoconnecting-lijnen van de Fluid-verbindingen wordt automatisch een verbindingsdefinitiepunt geplaatst.
Het eigenschappendialoogvenster voor het slangpakket wordt geopend. Op het tabblad Slangpakket / leiding wordt in het veld Weergegeven ODC automatisch een onderdeelcode ingevoerd. De ODC is afhankelijk van het vooringestelde nummeringsformaat.
Omdat u de definitielijn op een pagina van het type "Schema Fluid (I)" hebt geplaatst, wordt op het tabblad Symbool- / functiegegevens de lijn als slangpakketdefinitielijn weergegeven. Bovendien wordt aan de functiedefinitie van het slangpakket automatisch de waarde Slangpakketdefinitie toegekend. - Vul op het tabblad Slangpakket / leiding de waarden voor de nog lege velden Type, Functietekst, Aantal verbindingen / slangpakketten, Lengte, Dwarsdoorsnede / diameter en Eenheid in en definieer desgewenst nog meer eigenschappen.
- Klik op [OK].
Symbool voor de verbindingsdefinitiepunten wijzigen
Standaard wordt bij het invoegen van de slangpakketdefinitielijn voor verbindingsdefinitiepunten het symbool
- Selecteer eerst alle automatisch geplaatste verbindingsdefinitiepunten op de slangpakketdefinitielijn en kies de snelmenuopdracht Eigenschappen.
- Klik op het tabblad Symbool- / functiegegevens.
- Klik in het groepsveld Symbool (grafisch) naast het veld Nummer / naam op [...].
- Kies de lijstweergave in het symboolselectiedialoogvenster en voer in het veld Directe invoer de waarde
CDPCP2F5 in. - Selecteer in het voorbeeld de gewenste variant van het symbool.
- Bevestig uw invoer.
Alle verbindingsdefinitiepunten in het slangpakket worden nu als slang weergegeven.
Alle verbindingsdefinitiepunten en verbindingen in het slangpakket krijgen daarnaast de functiedefinitie "Slang".
Slangpakketdefinitielijn verbergen
Omdat de slangpakketdefinitielijn nog de gewijzigde verbindingsdefinitiepunten met de slangsymbolen snijdt, moeten deze worden verborgen.
- Open het eigenschappendialoogvenster van de slangpakketdefinitielijn.
- Klik op het tabblad Formaat.
- Selecteer onder het hiërarchieniveau Formaat voor de eigenschap Onzichtbaar de instelling "Ja".
- Klik op [OK].
Buisleiding of slangleiding invoegen
Ook buisleidingen en slangleidingen kunnen als onderdeel in het schema worden ingevoegd. Hiervoor zijn in EPLAN Fluid kant en klare symboolmacro's beschikbaar. Voor buisleidingen zijn dit de symboolmacro's Pipe1.ems t/m Pipe5.ems voor slangleidingen is dit het symboolmacro Hose.ems.
- Open aan de rechterrand van de grafische editor het dialoogvenster Invoegcentrum.
- Klik in het invoegcentrum op het objecttype Venster- / symboolmacro's.
- Selecteer in het voorbeeldbereik de gewenste symboolmacro voor buis- of slangleidingen.
- Sleep de symboolmacro met slepen & neerzetten op een verbinding tussen twee Fluid-onderdelen of verbindingssymbolen.
- Indien vooringesteld, geeft u in het dialoogvenster Invoegmodus aan hoe u het nieuw toegevoegde onderdeel wilt nummeren.
- Klik op [OK].
- Beëindig het invoegen van volgende symboolmacro's met [Esc], of plaats nog meer buis- of slangleidingen op Fluid-verbindingen.
Tip:
Gebruik de EPLAN Fluid Hose Configurator om snel en eenvoudig hydraulische slangleidingen te specificeren en produceren. Deze software is reeds als add-on geïntegreerd wanneer u EPLAN Fluid hebt geïnstalleerd. Deze software is daarnaast ook als stand-alone-variant verkrijgbaar.
Zie ook