Verschillende bedieningselementen van de gebruikersinterface, zoals de "dockbare" dialoogvensters (bijvoorbeeld Pagina-navigator), kunnen binnen of buiten het Eplan-hoofdvenster worden geplaatst. U kunt deze elementen bij het docken aan de randen van het Eplan-hoofdvenster of aan de rand van een reeds gedockt element "koppelen".
Bij het afsluiten van het programma onthoudt Eplan de laatste instelling van dit element (gedockt, ge-undockt, formaat, positie) en geeft deze weer als het programma opnieuw wordt gestart. Als een bepaalde configuratie van het dockbare element permanent, d.w.z. ook na het wisselen van de werkomgeving, behouden moet blijven, moet u deze instellingen als nieuwe werkomgeving definiëren of de huidige werkomgeving opnieuw opslaan.
De vensters van de geopende pagina's kunnen eveneens worden "gedockt en ge-undockt".
Dockbare dialoogvensters undocken
Voorwaarde:
U hebt een werkomgeving met gedockte bedieningselementen geselecteerd.
- Klik met de linkermuisknop op de titelbalk van een dockbaar dialoogvenster en houd de linkermuisknop ingedrukt.
- Druk op [Ctrl] om docken te voorkomen en sleep het dockbare element naar de gewenste positie.
Als de begrenzingen van het betreffende bedieningselement bij het verplaatsen door een dikke lijn worden weergegeven, wordt het bedieningselement als onafhankelijk, afgedockt element op het Windows-bureaublad geplaatst.
Tips:
- U kunt ook met de rechtermuisknop op de titel van een gedockt dialoogvenster of op het tabblad van een in een venster gegroepeerd dialoogvenster klikken en de snelmenuopdracht Undocken kiezen.
- Naast de voorbeeldafbeelding van de applicatie wordt in de taakbalk voor elke geündockte editor nog een voorbeeldafbeelding opgeslagen. Wanneer u de muis op het Eplan-pictogram in de taakbalk plaatst, worden deze voorbeeldvensters weergegeven. Door op een dergelijk voorbeeldvenster te dubbelklikken, wordt het bijbehorende venster (Eplan-hoofdvenster, geündockte editor) op de voorgrond weergegeven.
Opmerkingen:
- Wanneer een pagina, een layoutruimte etc. die in de geündockte editor wordt weergegeven, wordt gesloten door op de knop de klikken of wanneer de editor weer als tabblad wordt gedockt, blijft er een leeg venster over. Eplan slaat op deze manier de positie en de grootte van het geündockte venster op. Dit is van belang wanneer u pagina's, layoutruimtes etc. permanent op een tweede scherm wilt rangschikken. Wanneer u dit niet wilt, sluit u het tweede venster weer.
- U kunt een configuratie van hoofdvenster en verdeeld geplaatste geündockte editors ook als werkomgeving opslaan.
- Om een leeg geündockt venster weer met inhoud te vullen, kunt u een pagina of een layoutruimte via slepen & neerzetten in dit venster slepen. Of u definieert het geündockte venster als hoofdwerkvenster en kiest voor een pagina of een layoutruimte de snelmenuopdracht Openen in nieuw venster.
Dockbare dialoogvensters docken
Voorwaarde:
U hebt een werkomgeving met ge-undockte bedieningselementen geselecteerd.
- Klik met de linkermuisknop op de titelbalk van het gewenste ge-undockte bedieningselement en houd de linkermuisknop ingedrukt.
- Sleep het element naar de gewenste positie in het Eplan-hoofdvenster.
Bij het verplaatsen van geündockte vensters worden als positioneringshulp meerdere dockelementen weergegeven. Wanneer u bij het verplaatsen een venster over een dockelement beweegt, wordt de voorgeselecteerde positie met een kleur (blauw) gemarkeerd.
Tip:
U kunt ook met de rechtermuisknop op de titel van een geündockt dialoogvenster klikken en de snelmenuopdracht Docken kiezen.
Navigators, pagina's etc. in één venster groeperen
Voorwaarde:
U hebt een werkomgeving met ge-undockte bedieningselementen geselecteerd.
- Klik met de linkermuisknop op de titelbalk van het gewenste geündockte venster en houd de linkermuisknop ingedrukt.
- Sleep het element naar een geopend venster.
Het venster wordt als extra tabblad binnen het andere venster weergegeven.
Tip:
Met de sneltoets [Ctrl] + [F7] kunt u tussen de in een venster over elkaar gelegen tabbladen schakelen en telkens een ander tabblad naar de voorgrond halen.
Navigators en projectpagina's als tabbladen weergeven
Voorwaarde:
U hebt een pagina in een editor (grafische editor, symbooleditor, formuliereditor etc.) geopend. U hebt minimaal één ander dialoogvenster (bijvoorbeeld een van de projectgegevens-navigators) geopend.
- Klik met de rechtermuisknop op de titelbalk van het betreffende venster en kies de snelmenuopdracht Als tabblad docken. U kunt ook het venster bij het verplaatsen op het midden van het kruisvormige dockelement plaatsen.
Het venster wordt als extra tabblad weergegeven. Meerdere als tabbladen boven elkaar gerangschikte vensters vormen één optische eenheid - een zogeheten tabbladgroep. - Om het tabblad weer als zelfstandig venster weer te geven, kiest u opnieuw de snelmenuopdracht Als tabblad docken.
Tips:
- Met de sneltoets [Ctrl] + [F6] kunt u tussen de tabbladen van een groep wisselen en telkens een ander venster naar de voorgrond halen.
- Als er meerdere gedockte vensters met tabbladen voorkomen, kunt u deze vensters in verschillende tabbladgroepen groeperen. Klik daartoe op een tabblad en kies de snelmenuopdrachten Nieuwe tabbladgroep > Horizontaal of Nieuwe tabbladgroep > Verticaal.
Vensters als vervolgvenster rangschikken
De vensters van navigators, pagina's etc. kunnen aan de rechter, linker, bovenste en onderste rand van het hoofdvenster als vervolgvenster worden vastgemaakt. Het venster wordt dan verborgen en is aan de rand alleen nog als tabblad zichtbaar. Wanneer u de cursor over dit tabblad beweegt, wordt het "verborgen" venster weer weergegeven en kunt u een selectie maken. Wanneer de cursor zich buiten het venster bevindt, verdwijnt het vervolgvenster weer.
- Klik op de titelbalk van een gedockt venster op de knop
(Vastmaken) of kies de snelmenuopdracht Vervolgvenster. - Om het venster weer te undocken, klikt u in weergegeven toestand op de knop
(Losmaken), of kiest u opnieuw de snelmenuopdracht Vervolgvenster.
Zie ook